Aardingsweerstand meten: 2-polig, 3-polig of met een lekstroomtang?
Om te beoordelen of een aardelektrode goed functioneert, wordt de aardingsweerstand gemeten. Hiervoor bestaan verschillende meetmethoden. Welke methode geschikt is, hangt af van de installatie, de beschikbare ruimte en de aanwezigheid van parallelle aardverbindingen.
3-polige meting met hulpelektroden
De 3-polige meting, ook wel driepuntsmeting genoemd, is de meest gebruikte methode voor het nauwkeurig meten van een afzonderlijke aardelektrode.
Naast de te meten aardelektrode worden twee meetpennen geplaatst:
- een potentiaalpen;
- een stroompen.
De meter stuurt een meetstroom door de bodem en berekent op basis van de gemeten spanningsval de aardingsweerstand.
Deze methode is geschikt wanneer voldoende ruimte beschikbaar is en de aardelektrode veilig kan worden losgekoppeld van andere aardverbindingen. Blijft de elektrode aangesloten, dan kunnen parallelle verbindingen een te lage meetwaarde veroorzaken.
Plaats de aardelektrode en meetpennen bij voorkeur in één rechte lijn. De potentiaalpen wordt vaak op ongeveer 62% van de afstand tot de stroompen geplaatst. Controleer de meting door de potentiaalpen iets naar voren en naar achteren te verplaatsen. Blijft de waarde stabiel, dan is de meetafstand meestal voldoende.
2-polige meting
Bij een 2-polige meting wordt de te meten aardelektrode vergeleken met een andere aardverbinding, bijvoorbeeld een bekende referentieaarde.
De meter meet daarbij niet alleen de weerstand van de aardelektrode, maar ook die van de referentieaarde en de aansluitingen. De methode is daarom vooral geschikt voor een indicatieve controle.
Een 2-polige meting kan worden gebruikt wanneer geen ruimte beschikbaar is voor hulpelektroden, maar wel een betrouwbare referentieaarde aanwezig is.
Selectieve aardingsmeting
Bij een selectieve aardingsmeting worden hulpelektroden gecombineerd met een stroomtang. Hiermee kan de weerstand van één aardelektrode binnen een gekoppeld aardingssysteem worden gemeten.
Het voordeel is dat de aardelektrode niet hoeft te worden losgekoppeld. Deze methode wordt onder andere gebruikt bij:
- gebouwen met meerdere aardelektroden;
- industriële aardingssystemen;
- bliksembeveiligingsinstallaties;
- installaties die tijdens de meting in bedrijf moeten blijven.
De stroomtang moet wel om de afzonderlijke aansluiting van de te meten elektrode geplaatst kunnen worden.
Meten met een lekstroomtang
Met een aardtang kan de aardingsweerstand worden gemeten zonder meetpennen te plaatsen en zonder de aardleiding los te koppelen.
Een aardtang werkt alleen wanneer er een gesloten stroomkring aanwezig is. De meetstroom moet via andere aardelektroden of aardverbindingen kunnen terugkeren.
Deze methode is geschikt voor installaties met meerdere parallelle aardverbindingen, zoals uitgebreide aardingsnetten of bliksembeveiligingsinstallaties.
Een aardtang is niet bruikbaar bij:
- één vrijstaande aardpen;
- een nieuwe, nog niet aangesloten aardelektrode;
- een onderbroken aardverbinding;
- een installatie zonder retourpad.
Welke methode kiest u?
| Situatie | Geschikte methode |
| Afzonderlijke aardelektrode nauwkeurig meten | 3-polige meting |
| Geen ruimte voor meetpennen, wel een referentieaarde | 2-polige meting |
| Eén elektrode meten in een gekoppeld systeem | Selectieve meting |
| Snelle meting in een systeem met meerdere aardverbindingen | Aardtang |
Veelgemaakte fouten bij meetpennen
Bij een 3-polige of selectieve meting wordt de betrouwbaarheid sterk bepaald door de plaatsing van de meetpennen.
Veelgemaakte fouten zijn:
- de stroompen staat te dicht bij de aardelektrode;
- er wordt maar op één positie gemeten;
- de pennen staan niet in één lijn;
- de pennen maken slecht contact met droge of steenachtige grond;
- de pennen staan dicht bij leidingen, kabels of funderingswapening;
- parallelle aardverbindingen worden niet herkend;
- meetkabels blijven opgerold of liggen dicht bij storingsbronnen.
Verplaats bij twijfel de potentiaalpen en herhaal de meting. Grote verschillen tussen de meetwaarden wijzen vaak op een te kleine meetafstand of beïnvloeding door andere geleidende delen.
Conclusie
De 3-polige meting is meestal de beste keuze voor het nauwkeurig meten van een afzonderlijke aardelektrode. Een 2-polige meting is vooral indicatief. Voor gekoppelde aardingssystemen kan een selectieve meting worden gebruikt. Een aardtang is snel en praktisch, maar alleen wanneer een gesloten meetlus aanwezig is.
Kies daarom niet alleen op basis van het beschikbare meetinstrument. Kijk eerst naar de opbouw van de aardingsinstallatie en de aanwezige stroompaden.
Aardingsmeters en lekstroomtangentangen
Meetwinkel.nl levert verschillende aardingsmeters, lekstroomtangen, meetpennen en complete meetsets. Let bij de keuze van een instrument goed op welke meetmethoden worden ondersteund.